29/09/2020
Kortetermijngeheugen
Als u deze column leest is er misschien een nieuwe regering, misschien ook niet. De ideeën die circuleren verschillen niet zo heel veel tussen paarsgroen, paarsgeel of elke andere combinatie van de regenboog. Vermogensbelasting, salariswagens afschaffen, klimaattaksen, en een verbetering van allerlei sociale uitkeringen. Het is belangrijk om af en toe het gebrek aan geheugen te herstellen bij de politici. Want beloftes die gemaakt zijn aan bepaalde groepen zijn eeuwig gebeiteld in het marmer van de Wetstraat, maar die van anderen zijn geschreven in het stof dat ervoor is gaan liggen. Ze worden vergeten.
De bedrijfswagen, gedemoniseerd tot salariswagen, is een erfenis uit de jaren 1990. Onze belastingen op arbeid waren torenhoog, België wilde de euro bereiken en stond onder enorme druk om competitief te blijven. Er was een salarisstop in de private sector, maar ook enorme druk op productieve werkkrachten die alleen een verhoging konden krijgen door van job te veranderen. De oplossing was “extra-legale voordelen” met voorop de bedrijfswagen. De komst van de euro verergerde de situatie alleen maar, met een volgehouden loondiscipline in de private sector. In de publieke sector voerde minister Luc Van den Bossche de zogenaamde “Corpernicushervorming” door. Een modern personeelsbeleid, nieuwe structuren en controles, maar ook een enorme loonsverhoging voor de publieke sector. Terwijl de private sector een lange periode van loonmatiging doormaakte, ging de publieke sector met een sprong vooruit.
Dat is belangrijk in de discussies vandaag: als men de “salariswagen” afneemt zonder compensatie, zou dat hetzelfde zijn als de loonsverhoging van de Corpernicushervorming terug te draaien. Benieuwd of de suggestie alleen al niet stakingen en blokkades zou teweeg brengen.
Maar die Copernicusboost van de publieke lonen duwde ook de pensioenen van de ambtenaren hoger, de perequatie weet u wel. Als actieven meer krijgen in de publieke sector, dan ook de inactieven. Nu is een gemiddeld pensioen anno 2020 in de publieke sector ongeveer 2800 euro. Voor de zelfstandigen gemiddeld ongeveer 900 euro per maand. Als een zelfstandige een spaarpotje heeft aangelegd voor extra pensioen, dan komt dat nu in het vizier van de vermogensbelastingen. Maar het heeft al een andere vermogensbelasting achter de rug en voor de boeg: de negatieve rentepolitiek van de centrale banken in combinatie met een inflatiepolitiek ontwaardt het spaargeld. Om elke maand na zijn pensioen 2700 euro te kunnen ontvangen tot aan zijn overlijden zou je een kapitaal van 650,000 euro moeten opzij zetten. Een gepensioneerde ambtenaar met het gemiddelde pensioen, heeft dus 650,000 euro pensioenkapitaal. Beter nog: virtueel kapitaal onzichtbaar voor degene die het steeds hebben over de vermogenden.
Een zelfstandige heeft een 190,000 euro virtueel kapitaal bij de overheid staan. Het verschil is dus wat meer dan 450,000 euro. Mocht de Copernicushervorming, die tot doel had de staat efficiënter te maken, niet geleid hebben tot een loonsverhoging, dan zou dat een pak lager zijn. Het zorgt er allemaal voor dat van alle OESO landen, België de hoogste uitgaven heeft van ambtenarenpensioenen, bijna 3% van het bbp. In Nederland is dat 1% van het bbp.
Salariswagens en vermogensbelastingen zijn de “talk of the town” in regeringsplannen. Ze treffen de mensen in onze economie die het meeste risico hebben genomen, en in het verleden het meeste matiging hebben moeten doormaken (salarissen) of voor hun toekomst moeten sparen (vermogens). Als men een beetje fair zou zijn, zou men even moeten herinneren hoe de zaken zijn ontspoord in België, en dat trachten recht te trekken. De mieren worden steeds meer belast, de krekels worden met rust gelaten. Beleidsmakers zouden hun langetermijngeheugen dus even moeten opfrissen.