PR Valkenhagen

PR Valkenhagen Tijdens een Scandinavische Roadtrip hebben we het schrijven ontdekt. Inmiddels is deel 2 in voorbereiding: "Oude Wegen, per Simca van Avignon naar Avignon"

Dit heeft geleid tot ons eerste boek: "Over Wegen, per camper naar de Noordkaap en verder."

Weekend schrijfsels 12-9 2026: Onderweg, in een keukenladeIn haast op zoek naar een schaar trek ik de keukenla vakverdel...
12/09/2026

Weekend schrijfsels

12-9 2026: Onderweg, in een keukenlade

In haast op zoek naar een schaar trek ik
de keukenla vakverdeler mee omhoog zodat die lade niet meer dicht kan.
Die Ikea ladeverdeler leek zo handig.
De praktijk is anders. Want zo strak klemt dat ding niet. Altijd weet er wel een mes of iets anders onder de vakjes door te kunnen schuiven. En net als bij schapen: als er eentje over de dam is…is dat bij messen net zo.
Waardoor die vakjes langzaam omhoog gedrukt worden tot de lade niet meer dicht kan. En dat is altijd op momenten dat het niet uitkomt.

Als het weer eens gebeurt en je gefrustreerd de hele vakverdeling en de inhoud van de la over het aanrecht hebt uitgestort. Zodat je wel op móet ruimen.
Dan kom je ze weer tegen. In de loop der tijd hebben ze zich door de hele la verspreid: flesopeners.
Goed bedoelde souvenirs.
De ene keer zoek je je een ongeluk, net als naar rolmaten en potloden, de andere keer kom je er in om.
Zo ook nu weer. Acht stuks komen er tevoorschijn. Alsof we een stel alcoholisten zijn.

In de meest vreemde uitvoeringen, van wie hebben we ze gekregen?.
Die Engelse telefooncel van Ivo, liefs uit Londen zou Bløf er van maken.
Een aandenken aan veertig jaar LVWCN, de Luchtgekoelde VW Club waar ik al net zo lang lid van ben als dat ik mijn eerst gekochte auto heb. Mijn Kever die al sinds 1989 uit elkaar ligt. Die al 37! jaar in restauratie is….

De meest bijzondere opener komt van Rhodos, meegenomen door Ruben.
Het voelt elke keer weer vreemd om een p***s vast te pakken om je pilsje te openen.

Onbegrijpelijke keukengerei kom ik ook tegen, hebben we dat echt nodig?
Action of Solow rommel. En toch is er iemand die dat "onmisbare hulpstuk” bedacht heeft en er wat aan overgehouden heeft. Hele volksstammen zwichten ervoor. Omdat je zo’n kassakoopje niet kan laten liggen, toch?

Een avocado snijder. Alsof een gewoon mesje er niet doorheen komt. Bij een lekkere rijpe vrucht zitten je vingers sowieso onder de groene smurrie als je de schil er van af probeert te halen.
Een spaghettimeter voor 1 tot 4 personen. Alsof dat ding weet hoeveel wij eten. Vier uitgestanste rondjes in een plastic plaatje waar je de, ongekookte, spaghetti in moet passen voor de juiste hoeveelheid couverts.
Sowieso hebben we een kind dat qua eet capaciteit in geen enkel rondje past.
Waarom ligt het in die la? Niet voor mij.

En dan vind ik iets waarvan ik niet bedacht krijg wat het is. Zie de laatste foto.
Google Lens weet het: het blijkt een egg topper te zijn. Alsof ik met mijn plastic eierlepeltje een zo’n schaal niet kapot kan tikken. Wie? In hemelsnaam wie? Heeft dit stuk gereedschap ons huishouden binnen gebracht?

Een vakje is tot aan de rand gevuld met kurken doppen. Van goede wijn die nog niet gedegradeerd is tot opsluiting onder een schroefdop.

Wijnfles aankleding vind ik tussen het kurk, wie verzint zoiets?. Een hoed als dop, voor na het ontkurken. Want zo'n kurk is na verwijdering nauwelijks meer terug te duwen in de flessenhals. Een stropdas als anti lek randje. Keukenla vulling. Want als het puntje bij paaltje komt, dan schroef je de dop eraf, schenk je je glas vol en gaat de schroefdop er weer op.

Die Vacuvin, die ik ook weer tegenkom tussen de berg gereedschap uit la twee.. Leuke uitvinding, hype van 25 jaar geleden. zou het nog bestaan?.
Ja!, zegt bol.com, de webwinkel die onder druk van de woke beweging zijn dikke mannetje in de ban gedaan heeft.
Een Vacuvin, die hebben we dus. Bij ons was die nooit nodig. De fles was al leeg voordat de wijn de kans kreeg om wrang te worden.

Rondstruinen op Franse brocantes, rommelmarkten, die er daar, in het land van Marianne, altijd net even gezelliger uitzien dan bij ons. Of zou het door het weer komen. Anoniem rondkijken van achter je donkere zonnebril. Doen alsof je de verkoper niet verstaat. “Je ne comprends pas, monsieur” Of “madame” natuurlijk.
Die schenktuit voor op de wijnfles, met een echte kurk, die kun je toch niet laten liggen voor anderhalve euro. Zonder schroom ding ik af naar een euro. Hij gaat mee voor 20 centimes meer. Om er al bij de tent achter te komen dat het ding lekt. De oude kurk is verdroogd en te veel gekrompen. Dus wikkel je er een stukje aluminiumfolie omheen. Waardoor het lekken, dus het drankmisbruik, iets beteugeld wordt. “Ik vervang dat stukje kurk thuis wel, de keukenla ligt er vol mee” …… het moet nóg gebeuren.

Brocantes, want ze zijn zo leuk, een herinnering aan een fijne vakantie. Ik heb werkelijk geen flauw idee op welk rommelmarktje ik die tuit gekocht heb.






Weekend schrijfsels Juli 2009  On our way, in England Voor het eerst steken we met het gezin het Kanaal over van Calais ...
06/09/2026

Weekend schrijfsels

Juli 2009 On our way, in England

Voor het eerst steken we met het gezin het Kanaal over van Calais naar Dover. In een doodgewone, 12 jaar oude, Ford Mondeo. Van klassiek vervoer is dan geen sprake. Mijn allereerste auto is dan al 20 jaar in restauratie (en is dat nog steeds)
De toen 15 jaar oude Kever die ik na het behalen van het felbegeerde roze papiertje kocht van mijn zuurverdiende krantenwijk centen. De Citroën DS stond pas een jaar later in de garage.
We gaan niet per trein door de tunnel, maar gewoon met de ferry. Dan zie je de mooie krijtrotsen steeds dichterbij komen tijdens de korte oversteek. Of kleiner worden als je naar de Franse kust blijft kijken natuurlijk. Naar waar het VK in een heel ver verleden van het vasteland los scheurde.

Het zuiden van Engeland is het reisdoel, The New Forest, waar wilde paarden en ezels (op 4 poten) vrij rondlopen.
Die wilde paarden zijn niet zo wild als je zou denken. Hun leefgebied is veel te klein om zich niets van menselijke aanwezigheid aan te trekken, laat staan te bemerken.
Mensen kunnen het ook niet laten om ze met rust te laten of te voeren. Met als gevolg dat elke maaltijd een uitdaging wordt.Tijdens het ontbijt kijkt er opeens eentje mee over mijn schouder.
In plaats van in de gang staat er op een gegeven moment een paard in de tent. Op zoek naar iets eetbaars. En krijg dan zo’n beest maar weer uit je onderkomen.
Want zo mag je die enorme tunneltent wel noemen. De Ford zou er bij in kunnen.

Het is een onrustige vakantie, aangewakkerd door de wind die elke dag de tent omver lijkt te willen blazen. De zware buien ontlopen we, over een camping verderop kunnen ze kanoën.

Dijken bouwen, het lijkt wel in de genen van de gemiddelde Hollander te zitten. Zodra onze tent bij een beek is opgezet of dat we de zee of een meertje opzoeken, dan moet er gebouwd worden.
Het beekje moet vooral zo goed mogelijk tegengehouden worden en er wordt door de jongens flink gesjouwd met zand en stenen.
En het leuke van het hebben van kinderen is dat je dan zelf ook weer mee mag doen.
Om er dan tegen beter weten achter te komen dat die strijd tegen het water bij de zwakste schakel altijd verloren wordt. Net als het kasteel van zand en kiezels dat altijd het onderspit delft tegen de branding.

Het wordt op het Britse eiland steeds minder met klassiekers op de weg. We komen ze zeker nog hier en daar tijdens de wandelingen, op de camping of onderweg tegen, maar niet meer in de hoeveelheden van toen. In de vorige eeuw, pakweg 15 jaar terug toen we hier met z'n tweeën waren.
Nu we hier in het zuiden, niet geheel toevallig, toch zijn, staat het National Motormuseum in Beaulieu (zeg: Bjoelie) natuurlijk op het programma.
Dat is vaste prik: Iedere vakantie doen we een dagje automuseum. De jongens worden er ook hier aan herinnerd dat hun belegde boterham verdient wordt met klassieke automobielen.
We vallen met de neus in de boter. De tijdelijke tentoonstelling met James Bond auto’s, waaronder de duikende Lotus Esprit S1 uit “the spy who loved me”, pakken we mee. Als kers op de taart staan in een aparte tent ook nog de idiote Top Gear specials. Zoals de creatie van Richard Hammond: een verlengde MGF, omgebouwd tot rijdende bowlingbaan.

Met de Ford moeten we door een Ford op weg naar een Fort. Een Ford, ook wel een voorde genoemd, is “een doorwaadbare plaats in de rivier”. Dat gaat net, het water komt tot boven de dorpels na alle regenval, de voeten houden we droog.
Geschiedenis gaat ons geen van allen nooit vervelen. Burchten, kastelen, oude stadjes, het is allemaal even leuk. In Engeland lijk je soms nog door een openluchtmuseum te rijden. Bij Stonehenge gaan we ruim terug in de tijd van voor het begin van onze jaartelling. Toen mochten we nog tussen de steencirkels doorlopen. Nu mag dat nog 1x per jaar op de langste dag. De dag van de zonnewende.







Weekend schrijfsels Juli 2019: underveis, i NorgeOnze derde campervakantie op rij brengt ons in de zomer van 2019. in No...
29/08/2026

Weekend schrijfsels

Juli 2019: underveis, i Norge

Onze derde campervakantie op rij brengt ons in de zomer van 2019. in Noord Europa. Drie weken is veel te kort om het hele land te doorkruisen en blijven we in het zuiden van Noorwegen. We vertrekken met z'n drieën. En labrador Loeka die ons, op een USA reis na, altijd vergezeld heeft.
De camper is een halfintegraal met alkoof, een Fiat Ducato uit 1993, waar we allemaal in kunnen zitten én overnachten. Betekent wel dat we iedere avond, na een flinke verbouwing, allemaal tegelijk de slaapzak in gaan.
Alleen de jongste is de hele reis mee, de andere twee hebben ook nog wel zin in een gratis vakantie, maar kunnen niet drie weken mee. Zij vliegen halverwege onze reis naar Bergen. Vanaf daar rijden ze mee terug naar huis. Bergen, de stad met meer natte, dan droge dagen in het jaar. Enfin, dat was pas halverwege de reis.

De eerste reisdag valt onder de noemer noodzakelijk kwaad en kilometers maken. Stoppen bij een camperplaats in het Deense Aabenraa op een boerenerf. Hamburg is op gepasseerd vanwege de eeuwigdurende wegwerkzaamheden aldaar. Sowieso voeg je je met een oude camper tussen de vrachtwagens op de rechterbaan en haal je er zo af en toe eentje in. En rijd je ook geen 800 kilometer op een dag. Die rechterbaan geeft dan de meeste rust, ook in de camper, zodat we nog wat tegen elkaar kunnen zeggen.

Hirtshals-Oslo is onze nachtelijke overtocht na een bezoekje aan het strand in het uiterste puntje van Denemarken. Waar Skagerrak en Katteg*t elkaar tegenkomen. We zijn er niet de enigen die de twee zeeën tegen elkaar willen zien botsen nu we toch in de buurt zijn.

De camperplaats Sjølyst Marina in Oslo is er nog niet eentje die in de categorie idyllische plekjes valt. Wel een handige aangezien we nu met de benenwagen de plaatsen kunnen bereiken die we uitgezocht hebben.
Zoals het indrukwekkende Vigelandpark in de Noorse hoofdstad, je hebt aan een dag niet genoeg om alles goed te kunnen bekijken. Het is het grootste beeldenpark ter wereld dat gemaakt is door één kunstenaar. Het is onderdeel van het Frognerpark en er staan meer dan 200 bronzen en granieten beelden van blote mensen. Tussen 1907 en 1942 gemaakt door Gustav Vigeland. De kringloop van het leven staat daarin centraal. Het bronzen beeld van een boos jongetje is zeer populair en laat een bepaald lichaamsdeel niet onberoerd.

Na de stad volgen er 10 dagen Noorse natuur. Dagen waarop je soms door een schilderij lijkt te rijden. Dagen met waanzinnige watervallen en wandelingen. Het campertje moet er soms flink aan sleuren, want ergens in een berg gaan we ook nog eens als in een wokkel omhoog. Hoe hebben ze het berekend. Ik heb medelijden met degene achter ons die onze diesel wolk inrijden.
Na het verlaten van de inpandige bergslinger staan we aan de bovenkant van de Voringfossen en kunnen we de camper bij het restaurant neerzetten. Voor een prachtig uitzicht op de naar beneden stortende watermassa.
Noorwegen heeft zoveel vallend water dat je op een gegeven moment “watervalmoe” wordt en je niet overal meer stopt. Tunnel in tunnel uit. Berg op, berg af. Een kleurrijke uitgehakte rotonde, midden in een berg. Hoe krijgen ze het bedacht.

Oud blikwerk, in de camper spiegels, veraf of dichtbij, we hebben er een oog voor ontwikkeld. Is het de schittering van het chroom, het lijnenspel in het plaatwerk of gewoonweg de leuke kleuren die de auto's vroeger sierden? Niet één ontgaat ons onderweg tussen het wit/zwart/grijze moderne spul. Ook de Traction Avant die in mijn spiegel opduikt niet, die in tegenstelling tot zijn leeftijdsgenoten wel weer bijna altijd in het zwart geleverd werd.

De meeste houten staafkerken zijn in Noorwegen overgebleven, al ligt de oorsprong in Scandinavië. Zweden heeft er nog maar één.
We bezoeken de grootste in Heddal onder een staalblauwe hemel en het godshuis schittert in de zon. De bouw van dit soort kerken begon met de opkomst van het christendom. Dat is goed te zien aan het “heidense” houtsnijwerk in deze zonder lijm en spijkers gebouwde kerken. In het snijwerk zijn nog heel wat “oude goden” uit de vikingtijd afgebeeld. Die houten kerk staat er dus al 1000 jaar. En dan is thuis na 20 jaar de onder druk geïmpregneerde schutting al verrot…..

Overnachten doen we meestal op campings of camperplaatsen. Riadne heeft me toen nog niet kunnen overtuigen om met het allemansrecht elke nacht in het wild te mogen staan. Het recht dat nu, 7 jaar later, behoorlijk onder druk is komen te staan door de, sinds covid, explosieve groei van campers, ook in Scandinavië. Aangezien helaas niet iedereen de regels die daarbij horen even nauw neemt.

Vele nachten, zo donker, zonder lichtvervuiling, staan we onder een sterrenhemel. De ene keer op een prachtplek, de volgende nacht op een kleurloze camperplaats met tig witte dozen op wielen om ons heen.

Het weer kan elk half uur anders zijn. Dat ondervinden we zeker. Rijdend over de Hardangervidda, in de stromende regen, naar het westen waar de zon schijnt. We hadden er nog wel willen stoppen om een wandeling te maken.
Daarna genieten we, met ons weer complete gezin, van zeldzaam droge dagen in Bergen. Waar we de camper achterlaten bij een parkeermeter met muntinworp en draaiknop. Ken je ze nog? Dat is zelfs anno 2019 hopeloos ouderwets. De werking moet ik aan de jongens uitleggen. Met het voortschrijden van de digitale techniek is dit fenomeen, net als telefooncellen, in recordtijd uit het straatbeeld verdwenen.









Weekend schrijfsels Juli 2012 En route, en FranceDirect uit school gaan we op weg voor drie weken zomervakantie in de Fr...
23/08/2026

Weekend schrijfsels

Juli 2012
En route, en France

Direct uit school gaan we op weg voor drie weken zomervakantie in de Franse Alpen.
Onze drie jongens passen nog goed op de achterbank van de Citroën DSuper uit 1973. Aan de trekhaak hangt een Otten Trekker DS (Dwars Slaper) uit 1975.

De hiarchie op de achterbank is duidelijk: de jongste zit in het midden, altijd de minst populaire plek achterin. Dat was vroeger bij ons thuis ook al, op de achterbank van de Simca 1100 waar we met z'n vieren(!) zaten. De tweeling in het midden, voor het gemak tellen we die samen als nummer drie. Net als destijds onze katholieke huisarts met 7 kinderen die tegen mijn moeder zei dat het dus 'maar' drie zwangerschappen waren…
Die achterbank verdeling bleef bij onze jongens bestaan tot ze niet allemaal meer meegingen. Mijn gesputter dat de jongste inmiddels ook tot langste uitgegroeid was, vond geen gehoor.
Het zicht naar achteren in de binnenspiegel was door die sleurhut sowieso al 'nul'.
De twee buitenspiegels, met de caravanspiegels daar aan vastgeklemd, daar moest ik het mee doen tijdens de vakantie weken.
Binnen onder de dakrand hebben we als zonwering dunne doeken geklemd. Naar buiten kijken doen ze niet meer sinds ze hun Nintendo DS hebben. Waa**ee de luisterboeken en de spelletjes onderweg tot het verleden behoren. “Ik zie, ik zie wat jij niet ziet” of woordslangen maken, waarbij de woorden met begin - en eindletter aaneengeregen werden, tot er iemand moest passen.

We rijden voor het eerst met een caravan deze vakantie. Vorig jaar hing er nog een klassiek bagagewagentje achter de snoek dat later bij een brand op m'n werk verloren is gegaan.
Met geknepen billen kruipen we, tussen de vrachtwagens, de lange stukken vals plat bij Luik op naar boven. Ook toen al met een scheve blik op de temperatuur meter. Het speelt de DS al zolang we haar hebben parten bij temperaturen boven de 30°C. Alle inmiddels vervangen en gereviseerde onderdelen en een extra ventilator ten spijt.

Ik heb er altijd wat moeite mee om een auto met "ze" of "haar" aan te duiden. En dat doe ik eigenlijk ook alleen maar bij de DS. In het Frans betekent La Déesse de godin, en dat is toch echt vrouwelijk. De auto, la voiture, overigens ook. Gek genoeg is de auto in onze taal mannelijk.

Luik, aan de Ourthe, is op deze vrijdagavond ook het einddoel voor vandaag. Kunnen wij en de auto mooi een nachtje afkoelen.

Het gemak van een caravan(netje) went heel snel. Alles wat je nodig hebt is op een vaste plek in een kastje of onder de bankjes gepakt. Voordat het bed opgemaakt wordt kunnen we er zelfs met z'n vijven (+ hond) in zitten.
Toch zit dat twee dames bij het sanitairgebouw niet lekker. Tijdens de afwas wordt met niet mis te verstane woorden geoordeeld dat je die a**e hond toch niet tijdens de rit in een caravan kan stoppen.
En hoe gevaarlijk het wel niet is om met zoveel kinderen met zo'n oude auto onderweg te zijn. Alsof het aantal er toe doet.
Ze oordelen zonder goed te kijken en ik denk dat de jakkeraars om ons heen gevaarlijker zijn. Omdat ze in één dag aan de Côte d’Azur willen zijn.
Natuurlijk zit Loeka, onze labrador, niet in de caravan. Die zit voorin aan de passagierszijde. De DS heeft geen middenconsole dus ze kan daar languit liggen. Heeft wel tot gevolg dat de bijrijder het soms minder comfortabel heeft dan de hond. Die moet haar (en soms zijn) voeten op de dorpel kwijt zien te raken. De bestuurder krijgt hooguit een hondekop op zijn of haar wreef om te helpen gas geven.

De Otten is een paar maanden eerder een impulsaankoop geweest. We gaan in Sprang-Capelle kijken, doen bewust één bod waar de verkoper op toehapt. Haken hem gelijk aan en rijden ermee naar het noorden tot boven de grote rivieren. Dezelfde wateren die we deze eerste vakantiedag allemaal weer in zuidelijke richting zijn overgestoken. Met onder de bankjes een verkleurde, enorme voortent die ooit felgroen geweest moet zijn. Een goed gevulde, loodzware stokkenzak en een knaloranje luifel. Het opzetten oefenen we alvast van te voren. De groen/bruine tent blijft thuis.
Geëmailleerde pannen, en ander keukengerei dat we in de kastjes vinden, hebben ook van die felle jaren '70 kleuren. Uit het tijdperk van de opkomst van het plastic. Een decennium waarin de parkeerplaatsen net zo bont gekleurd waren.

Het hutje heeft een neg*tieve stroomlijn die mooi overloopt in de derrière van de Snoek, waar het strak achter ligt. De boogbrug bij Ewijk laat ‘m flink schudden in windkracht 5 en de smalle bandjes blijven op de A50 zoeken naar een rechte lijn tussen de spoorvorming. Dat zoeken doet de DS met zijn ongelijke spoorbreedte ook en zo rijden we als een kruipende slang naar huis.

Wat niet direct went is het smalle bed dat je voor het gemak ook een twijfelaar zou mogen noemen. En dan nog 10 cm smaller. Met daarin twee mensen die vooral niet lepeltje/lepeltje de nacht doorkomen. Ruimte, en vooral geen contact, het is eigenlijk een wonder dat de achterbank vol zit......









Weekend schrijfsels 14 Juni 2025. En Route, en FranceWe zijn weer op weg. De Citroën DSuper uit 1973 is dit keer onze re...
15/08/2026

Weekend schrijfsels

14 Juni 2025.
En Route, en France

We zijn weer op weg. De Citroën DSuper uit 1973 is dit keer onze reisgenoot op weg naar Bretagne. Natuurlijk heeft St. Christoffel, beschermheilige der reizigers, zijn plek op het dashboard weer ingenomen. Met het vooraf gedane werk aan de DS moet dat goed komen.
Zodra we de Belgisch/Franse grens passeren verlaten we bij Lille de snelweg.
Geen peages, wij laten in Frankrijk zoveel mogelijk op de Route Nationales onze bandensporen achter.

Het Twingo vouwdak staat maximaal open op deze zonnige rit door Hauts-de-France en Normandië.
Geen seconde spijt heb ik dat ik dat dak in de eerste maand na aanschaf van de toen 37 jaar oude Citroën gemonteerd heb.
Een gruwel voor puristen die zweren bij een Hollandia of Coenen schuifdak. Een Webasto schuifdak dat je ook bij de dealer kon bestellen kan nog net.
Het eerste g*t boren in het polyester dak is het engste na het aftekenen van het uit te zagen g*t. Daarna is er geen weg meer terug.

De twee liter 4 cilinder heeft het heet onder de motorkap, de buitentemperatuur is voor het middaguur al gestegen naar tropische hoogte. De week voor vertrek leek het wel herfst in Nederland dus ook wij moeten nog even wennen aan de temperatuur.
Niet elke DS is af fabriek uitgerust met een temperatuur meter. Als het mis gaat dan licht er dominant een grote rode STOP lamp voor je in het dashboard op. Om dat voor te blijven heb ik een externe meter onder het dashboard gehangen. Nu we tussen de zinderende velden met een gangetje van 80 à 90 westwaarts rijden loopt die meter vlot op naar het rode gebied.
Via Abbeville en Neufchâtel- en- Bray vervolgen we onze weg over de D928 naar Rouen.

De appelbomen die later dit jaar de vruchten leveren voor Calvados staan te ver weg om enige schaduw te geven. We zijn te laat met het dichtschuiven van het dak als we langs een op de akker voortstuivende tractor rijden.
Het eerste tankstation dat we na 350km Frans asfalt tegenkomen heeft gelukkig LPG. Dan wordt het weer gokken hoeveel er weer in de tank past. In Frankrijk moet je meestal eerst binnen afrekenen en dan tanken. En als je teveel hebt opgegeven dan is het bij sommige stations lastig om het verschil weer terug te krijgen. Van de taalbarrière wordt dan dankbaar gebruik gemaakt door de pompbediende.

Bij het starten schijnt de rode lamp voor me als een ondergaande zon in m'n giegel. De hitte van de uitlaat is tijdens de stilstand in de cilinderkop getrokken. Dus op volle toeren 'en route' om de hitte weg te blazen. Ondanks alle waarschuwingen rijden we in Rouen zonder problemen door de milieuzone die ons eigenlijk verbiedt hier te rijden. Een Crit'air sticker kun je als buitenlandse oldtimer bezitter niet aanschaffen. Tot nu toe is er nog geen boete uit Frankrijk bij ons op de mat gevallen dus ook nu gokken we het er weer op.

We rijden vandaag wat langer dan gebruikelijk.
Meestal vinden we het na 500 kilometer wel welletjes. Rotondes, verkeersdrempels zijn de vervelendste vertragers al trekt de DS die laatste wel vlak. De dorpjes waar we doorheen komen lijken wel uitgestorven, lege pleinen, dichte luiken. Iedereen blijft binnen, terrasjes zijn leeg. Een enkeling die zich met deze temperaturen toch op straat waagt steekt zijn duim op als we voorbijrijden en kijkt de DS na tot we het dorp weer verlaten hebben. Een oude baas leunt op z'n stok, laat de boodschappen tas vallen, neemt zijn hoed af en maakt een buiging. Ik kijk nog even in de spiegel of hij is blijven staan.

Na acht uur reistijd slaan we ons kamp op in Le Bec Hellouin. De nieuwe uitlaat, waar ik de DS na 15 jaar mee verwend heb ligt op de grond. Reproductie onderdelen, wat heb ik er toch een hekel aan. Deze heeft het wel heel snel begeven. Een tent scheerlijn biedt uitkomst en is sterker dan het Chinese neprubber.

Weekend schrijfsels De eerste zondag van augustus: de Deventer boekenmarkt.Kwart over zeven rijd ik thuis weg. Voor de z...
02/08/2026

Weekend schrijfsels

De eerste zondag van augustus: de Deventer boekenmarkt.
Kwart over zeven rijd ik thuis weg. Voor de zekerheid vroeg genoeg. Dacht ik...toch?...
Dak open, de Franse chansons Spotify playlist vult de Citroën DS met zomerse klanken.
De heerlijke fauteuil en het eenspakige stuurwiel heb ik alweer even gemist aangezien we de Simca mee hadden tijdens de zomervakantie. Het is nog wat frisjes dus ik laat de warmte van de kachel van onder het dashboard opstijgen. Die warmte kan er via het opengeschoven dak weer uit. Want als het droog is, rijd ik open.
Zo vroeg op de zondagochtend is het nog rustig op de weg. Zonder tegenliggers schuift het asfalt voor me uit op de binnenwegen naar de Hanzestad aan de IJssel.
Ik heb bedacht om te parkeren aan de overzijde van de rivier en dan met het voetveer naar de Welle.
Veel later had ik niet moeten aankomen, voor de DS vindt ik nog net een van de laatste plekjes op het stoffige overflow parkeerveldje. Dus het dak schuif ik dicht. Van gras is er bij deze droogte geen sprake meer. Een oude kever cabrio is open achtergelaten. De witte bekleding zal vanmiddag eerst afgestoft moeten worden voordat er weer op gezeten kan worden.

Ondanks het tijdstip, de markt gaat pas over anderhalf uur open, heerst er al een flinke bedrijvigheid aan de overkant van het water. De IJssel staat laag en het gaat flink schuin af richting de drijvende aanlegsteiger. Rollators moeten op de rem, boodschappentrolleys en kinderwagens willen uit zichzelf inhalen.

Het is alweer jaren geleden dar ik hier voor het laatst was, samen met een van de kinderen. Doelen moet je wel hebben op zo'n grote markt.
Maigret pockets, Kapitein Rob, stripverhalen en zo had je samen een dagje quality time.
En een hoera als je een zwarte beertjes pocket vond die niet op je lijstje stond en er weer een gaatje op de boekenplank gevuld kon worden.

Dit jaar is het anders, ik ga er voor het eerst heen als schrijver. Nog niet om er zelf mijn boek te promoten. Wel om eens te zien en te horen hoe anderen dat doen. Want dat promoten vind ik wel lastig hoor. Schrijven en het uitgeefproces is geweldig, zelfpromotie is iets wat moet. Als je tenminste boeken wilt verkopen. Een eerste boek, elk exemplaar moet geld bij. Een broodschrijver zal ik ook niet worden, maar je eigen voorraad uitverkopen zal zeker een feel good moment opleveren.

Op z'n minst is het vandaag 6 kilometer slenteren. Over de Welle en Onder de Linden. De bergschoenen heb ik uit de vakantiekrat gevist, er zijn mensen die dit op slippers doen. Daar zou ik vanwege de drukte niet aan beginnen.

Systematisch alleen de kraampjes aan de stadzijde en niet naar links kijken. Snel scannen of er iets van mijn gading bij zit. Zoeken naar dat ene autoboek dat nog niet in mijn werkplaats staat. Geen lijstjes mee, bewust niet. Had ik dat boek nu wel of niet? Was dit handig en verstandig?De rugzak blijft voorlopig leeg.

Chansons! Wist niet eens dat er een boek van bestond. Heb ik dat nodig? Research materiaal voor "Oude Wegen", het vervolg op "Over Wegen", mijn debuut. Online vind ik een goedkoper exemplaar, zelfs inclusief verzending.

Het kriebelt, het jeukt, de cash brand in mijn zak, terwijl ik kijkend en schrijvend doorloop. Al die halve series in mijn uitpuilende boekenkasten. Ollie B.Bommel van Marten Toonder. Had ik nu toch maar.....die lijstjes..... meegenomen?

Langspeelplaten. Ook hier! Nog zo'n voeding voor onstilbare honger. Leesvoer voor de oren. Heb je al eens goed geluisterd hoeveel prachtige zinnen er in songteksten verborgen zitten?
LP's , ik laat ze staan. Wij hebben in onze eigen stad Wim's muziekkelder. Dan hoef ik er vandaag ook niet mee te sjouwen.

Honderden mensengeurtjes en parfum door elkaar, vermengd met sigarettenrook en de zoete geur van aardbeienwafels. Boeken die eindeloos gerangschikt worden voor het beste zicht op de handel.

Je kunt het zo gek niet bedenken of er is ergens wel een boek over geschreven. Wie doet er nog aan kantklossen? Meerdere titels bereiken mijn irissen. Het geeft me weer een boost om verder te gaan met mijn andere boek. Met een onderwerp waar nog geen boek over geschreven is. Het wordt tijd dat ik het af ga maken.

Prenten, oude landkaarten, spellletjes ansichtkaarten , zeefdrukken, afgodsbeeldjes. Bladmuziek ,Iets met bomen en een bos, ik zie het niet meer terwijl ik vandaag met andere ogen kijk dan voorheen.
Degenen die om half elf hun kraam nog aan het inrichten zijn zien het ook niet. De mensen die voorbijlopen en bij de buren drie rijen dik staan. Dan heb je maar een dag op deze grote boekenmarkt en dan sta je om 11 uur nog boeken van prijsjes te voorzien.

Aangekomen aan het eind van de eerste rij, is het keerpunt bij de spoorbrug. Aan de waterzijde terug, op zoek naar koffie. Geen Latte, maar een cappuccino is ook oké. Een lege klapstoel is voor mij en ik schuif aan. Raak wat later in gesprek met een stel dat weer bij mij aanschuift. Voor ik het weet zit ik mijn eigen boek te promoten.

De selfpubbers haal je er zo uit, de enthousiaste blikken, verwachtingsvol of jij ook een blik op hun penne vruchten werpt.
Wil ik dat ook?, kan ik dat ook?
Kraampjes in kekke kleurtjes die je tegemoet schreeuwen. Bij de ene drie rijen dik voor de kraam. Bij een ander zeeën van ruimte.
Op tafel de goedkope Temu pennen met logo, die ik zelf ook heb laten overkomen uit China voordat ik besloot aan die goedkope rommel niet meer mee te doen. Hoe verleidelijk het ook is.
Er tegenover de kraam van een stel dat dik in hun pensioen zit en waar de kastjes, topzwaar en versleten, onder het papiergewicht bezwijken en omvallen. De meeste boeken zijn jonger dan zijzelf.
Zelfs de afvalverwerker heeft vandaag een passende naam op de kliko staan.

Voor mij is het in mijn zestigste levensjaar best een dingetje om te ervaren dezelfde leeftijd te hebben als oude(re) mensen en me nog lang niet zo te voelen. En hier vele mensen te treffen die zoveel jonger zijn die de voorkeur geven aan leesboeken ipv e-readers.

Waar had ik dat leuke boek waar ik over twijfelde, ook alweer zien liggen. Weer diezelfde valkuil, als je het ziet, en de prijs is goed, neem het dan direct mee.

In de Lebuiniuskerk aan de Grote Kerkhof pak ik tegen enen een rustmomentje na ook daar, over eeuwenoude graven, langs de rijen boekentafels gewandeld te hebben. Tijdens het schrijven van dit stukje even afkoelen alvorens op weg te gaan naar het schrijversplein dat zich op de Nieuwe Markt bevindt. Je kan inmiddels over de hoofden lopen en er is bijna geen doorkomen aan op smalle gedeelten die als in een flessenhals de menigte in elkaar perst.
Ik vind het wat moeilijk op daar op het schrijversplein. Vooral omdat de aangeboden boeken niet echt mijn genre zijn. Dat weerhoudt me om het gesprek aan te gaan. Ik observeer en luister. Vooral om geen valse verwachtingen te scheppen of een boek uit beleefdheid te kopen. En maak daar uit op dat hier tussen staan met een eerste boek voor mij niet nog niet nodig is.

De Deventer boekenmarkt, voor de één een must, een verslaving of je gaat voor de eenmalige beleving. Een ander vindt het steeds meer op een braderie lijken en zegt voor twaalven alweer huiswaarts te keren.
Ruis op de lijn, verkoop van items die niets met boeken of lezen te maken hebben. Met zoveel eettentjes tussen de kraampjes kan ik me daar wel een klein beetje in vinden.

Rond half vier, neem ik als keerpunt de Wilhelminabrug. Ik vind het mooi geweest. En velen met mij, het is al wat rustiger. De rugzak zit vol. Er zit (natuurlijk) weer meer in dan de bedoeling was. De laatste kramen op weg naar de rivieroversteek loop ik wat vlotter langs. De damwanden onder de kademuur heb ik nog nooit gezien. We staan zo laag dat de aanlegsteiger vastligt op de rivierbodem. Ongelooflijk dat hier in de winter ook wel zandzakken op die muur liggen."Overdrijven is ons vak" , fantastisch gevonden slogan op de werkkleding van de crew. Ik neem het veerpontje terug naar een snikhete, stoffige auto.

Het was weer top vandaag, met topweer!
Via Zutphen, die andere Hanzestad, rijd ik weer naar huis. Vouwdak ver open, chansons aan en achter het stuur genieten en onthaasten.

Adres

Innovatie Weg 3-12
Doetinchem
7007CD

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer PR Valkenhagen nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact

Stuur een bericht naar PR Valkenhagen:

Snelkoppelingen

Delen