27/05/2026
🥥 🌴
Het is al een tijdje stil op zowel onze privé als zakelijke social media kanalen. Niet omdat er niks gebeurde, integendeel zelfs. De afgelopen maanden hebben we kei-, maar dan ook echt keihard gewerkt om vorige week eindelijk onze plant op te bouwen in Kenia. Twee nieuwe rotary kilns laten bouwen in China, verschepen naar Kenia en vervolgens in 8 dagen tijd alles operationeel krijgen daar. Wat een bizarre week was dit, echt!
Deze keer trouwens even niet in het Engels en ook niet gedeeltelijk door ChatGPT. Gewoon in het Nederlands en volledig vanuit onszelf. Dit omdat we willen dat het overkomt zoals wij het zelf hebben beleefd. En geloof ons… dit was nogal een avontuur. Als er toch Engelstalige lezers zijn: simpelweg even “translate”.
Wat volgde was een reis die we nooit meer vergeten.
Een container lossen in de stromende regen midden in de nacht. Een vrachtwagen met kokosschillen die muurvast kwam te zitten. Machines van 2500 kilo die met houten balken en stalen buizen werden verplaatst alsof de Pyramides van Gizeh opnieuw gebouwd werden. Landelijke stakingen, verlaten snelwegen, gunshots in de straat, een eerste test waarbij de installatie op hol sloeg, een bezoek aan de grootste macadamiaspeler van Kenia, een binnendoor route van drie uur over zandpaden, door theevelden en naaldbossen en als afsluiter nog het avontuur met drie zogenaamde agenten met AK-47’s. En ondertussen moesten wij daar ook nog “even” een complete productielocatie opbouwen.
We hebben besloten het hele verhaal gewoon op te schrijven, zowel de positieve als de negatieve dingen. En niet als perfect marketinggelul, maar gewoon precies zoals het gegaan is. Inclusief alle chaos, stress, cultuurverschillen, humor, maar uiteindelijk vooral een hele grote blij!
Volgens marketingexperts moet een verhaal op social media vooral niet te lang zijn, maar dat vergeten we in dit geval maar even. We gaan er namelijk vanuit dat iedereen die het verhaal begint te lezen, niet meer kan stoppen met lezen.
Als je dit avontuur met ons wil meemaken, lees hieronder het hele verslag:
Het avontuur genaamd Kenia.
Het is zoals gezegd al een tijdje stil op zowel onze privé als zakelijke social media kanalen. Niet omdat er niks gebeurde, integendeel. De afgelopen maanden hebben we kei-, maar dan ook echt keihard gewerkt om vorige week eindelijk onze plant op te bouwen in Kenia. Even voor de mensen die niet helemaal bekend zijn met wat en waarom: in Kenia maken we charcoal van de schillen van Macadamia noten (en de schillen van kokosnoten) om in Europa af te zetten aan de actief kool industrie. Wat een bizarre week was dit, echt! Twee nieuwe rotary kilns laten maken in China en verscheept naar Kenia. En let even op, zonder ook maar enige ervaring met zulke kilns. Maar: we hebben het nog nooit gedaan, dus we kunnen het vast :). Alleen dat traject al was een complete soap. Chinees Nieuwjaar ertussen, vertragingen, documenten die verkeerd stonden, containers die via half Azië voeren, een Bill of Loading die pas correct was toen de boot al in de haven van Mombasa lag en na-leveringen met luchtvracht vanuit Nederland (inmiddels zijn we trouwens expert in luchtvracht en alle bijbehorende documentatie, mocht je hiervoor nog een partner zoeken). Vervolgens nog vrijgaven die “ineens kwijt” waren, agenten die “iets extra’s” nodig hadden om documenten sneller te regelen en ondertussen raakte de spaarpot van onze Keniaanse klant/leverancier verder leeg, waardoor wij in de buidel konden tasten voor alle extra lokale kosten.
Maar goed… vorige week was het dan eindelijk zover. We stapten vrijdagavond (de week daarvoor alweer inmiddels) rond 20:00 uur, dus met een nachtvlucht, in een bijna leeg vliegtuig richting Nairobi. Mannetje of 60 schatten we, terwijl er circa 200 in kunnen. Frank slaapt praktisch niet in het vliegtuig, dus dit werd een lange dag. Igor sliep daarentegen als een baksteen, die kan zelfs staand slapen indien nodig. De container met de machines zou net als wij, in de ochtend aankomen, maar aangezien bijna alle vrachtwagens van Chinese makelij zijn en deze met maximaal 40 km per uur de berg op tokkelen van Mombasa naar Nairobi, werd dit rond 19:30 uur in de avond. Maar goed, de container was er eindelijk. En toen begon het eigenlijk pas echt. Het regende keihard. De “verharde vloer” op locatie bleek geen verharde vloer te zijn, maar een soort terrein van losse stenen, modder en kuilen. Alsof dat nog niet genoeg was, hadden wij ook geregeld dat er 2000 kilo kokosschillen geleverd zou worden. Dan konden we naast macadamia shells ook direct testen met kokosschillen. Alleen kwam die vrachtwagen met kokosschillen min of meer tegelijk aan met de vrachtwagen waar onze container met de kilns op stond. Die vrachtwagen met kokosschillen was het terrein al opgedraaid en kwam muurvast te zitten in de modder en tussen de stenen. Daardoor kon het vrachtwagentje met kraan, dat was geregeld om de kilns uit de container te halen, nergens meer goed bij. Dus stonden we daar. In de regen. In het donker. Met een vastgelopen vrachtwagen, een container met twee machines van 2500 kilo per stuk en een terrein dat meer op het terrein van de Zwarte Cross leek dan op een productielocatie. Met vijftien Kenianen en wijzelf hebben we geprobeerd die vrachtwagen los te krijgen. Duwen, trekken, balken onder de wielen, nog een keer duwen, weer trekken. Maar daar was natuurlijk geen beweging in te krijgen. Ondertussen probeerde Igor de spirit erin te houden door zelf met zakken kokosschillen van 70 kilo op zijn rug door de modder te sjouwen. Mooi gezicht was dat trouwens :). Uiteindelijk heeft het kleine vrachtwagentje met de kraan de vastgelopen vrachtwagen met kokosschillen losgetrokken en toen konden we eindelijk door met waar we mee bezig wilden: die kilns uit de container krijgen. Ook dat ging niet helemaal zonder problemen. Tijdens het takelen van de machines uit de container brak ineens een hijsoog af, waardoor één van de machines letterlijk naar beneden stuiterde. Dat leverde wel even een lichtelijk verhoogde hartslag op, maar gelukkig liep het goed af. Uiteindelijk stonden we om 02:00 uur ’s nachts nog buiten in de regen, in de modder, tussen machines, vrachtwagens en kokosschillen. Maar… de ketels stonden op het terrein. Missie één was geslaagd.
Die avond hadden we al een paar keer gevraagd hoe ze die kilns dan vanaf die hoek van het terrein naar binnen gingen krijgen. De kraan kon daar namelijk niet komen. Wij hadden echt geen idee hoe dit geregeld kon worden. Die dingen wegen 2500 kilo per stuk, moesten over een onverharde bult, daarna nog over een hoge drempel en dan precies goed onder de overkapping worden gezet. Elke keer kregen we hetzelfde antwoord: “No problem, tomorrow morning they will be inside.” Wij dachten echt: hoe dan, dat gaat nooit lukken. Maar goed, het was 02:00 uur in de nacht, nat tot aan onze onderbroek, dus eerst maar richting hotel en morgen zien we wel weer.
Toen we de volgende ochtend terugkwamen, stonden ze dus gewoon binnen. Vijftien Kenianen hadden die machines met houten balken en stalen buizen over die bult en drempel naar binnen gerold. Letterlijk zoals de Pyramides van Gizeh gebouwd zijn. Wij zouden in Nederland een heftruck, shovel of kraan regelen. In Kenia regelen ze gewoon vijftien sterke kerels. Balken eronder, pi**en eronder, gezamenlijk duwen en trekken en zodra één iemand een schreeuw gaf, schoof zo’n machine weer tien centimeter op. Nog twintig keer herhalen en dan stond een machine van 2500 kilo uiteindelijk “goed”. Tenminste, in hun ogen. Want ze stonden onder dak en je kon erlangs lopen, prima toch. Toen wij vervolgens begonnen over waterpas zetten, netjes uitlijnen en overal evenveel werkruimte, zakte hun Keniaanse trainingsbroek wel even af. Maar goed, daarom waren wij er zelf bij natuurlijk. Uiteindelijk stonden de machines kaarsrecht en moesten ze zelf ook toegeven dat het er zo toch iets beter uitzag. Daarna begon de installatie, grotendeels door middel van onze eigen verzamelde expertise, aangevuld met een lokale elektricien en lasser. Buffervaten, drukmeters, temperatuurmeters, pakkingen, kleppen, rookafvoer, leidingen, thermometers, noem maar op. En dat terwijl dit ook onze eerste keer was dat we zo’n installatie opbouwden. Daarbij komt nog dat Frank twee linkerhanden heeft, maar gelukkig doen we dit samen en heeft Igor twee rechterhanden. Was het weer mooi in balans. En zowaar, Frank werd ook steeds handiger in de loop van de week. Dan even naar die genoemde elektricien, ook dit ging uiteraard op z’n Keniaans. Toen hij de bedieningskast aan de muur maakte, zagen wij al dat die scheef kwam te hangen. Maar hij garandeerde ons dat dat goed kwam. Zijn uiteindelijke oplossing? Het deurtje dat ervoor zat zover krombuigen dat het leek alsof de kast recht hing. Probleem was alleen: daardoor ging het deurtje niet meer open, klein detail :) Ook die lasser was een belevenis op zich. Die werkte met een losse transformator waarvan de draden letterlijk met de hand aan elkaar waren gedraaid. Zo gaat dat daar nou eenmaal, maar een bijzonder gezicht was het zeker. Bij de afwerking van de plant werden de cultuurverschillen nog even keer goed zichtbaar. We hadden een bord laten maken met ons EP Biomass-logo voor bij de plant. Zodra we aangaven dat die opgehangen kon worden, stond er direct iemand klaar met een hamer en een spijker die deze “vakkundig” aan de muur wilde maken. Als we dit 10 seconden later hadden opgemerkt, hing het bord er hoogstwaarschijnlijk scheef aan met één spijker erin. Dus ook daar eerst maar even uitgelegd dat een waterpas geen overbodige luxe was. Na wederom een korte uitleg waarom het bord toch echt recht moest hangen, werd de waterpas erbij gehaald en werd het bord keurig opgehangen.
Dan eerst even wat tussendoor voordat we in het verhaal verder gaan naar het daadwerkelijk produceren. Veel standaard materialen waren niet aanwezig: het juiste gereedschap, mondmaskers, bouten, dat soort dingen. Dit was zogenaamd allemaal lastig te krijgen, dus besloten we zelf een dag op pad te gaan zodat we niet zouden vastlopen door materialen die ontbraken. Maar voor letterlijk elk schroefje moet je naar een ander winkeltje. Een simpel afsluitdopje voor op een versnellingsbak kopen kan zomaar drie kwartier duren door bonnetjes, controles en formulieren. En daarnaast hadden ze overal net onderhoud aan het pinapparaat. Super toevallig. Na de tweede winkel waren we daar wel achter en vanaf dat moment liepen we gewoon naar binnen met de vraag: “Kunnen we pinnen? Zo niet, dan gaan we naar de volgende.” En ineens kon het wonder boven wonder toch wel. Ze willen natuurlijk gewoon cash daar.
Dan nog even een andere leuke anekdote tussendoor: voor elk wissewasje bel je de scootermeneer. Een tros bananen? Geen probleem, komt eraan. Een tray water? Idem dito. Sigaretten? Wordt geregeld. Een soort Thuisbezorgd punt nl, maar dan voor alles wat je maar wenst. Zelfs honderd euro wisselen naar Keniaanse shillings leek in eerste instantie geen probleem. Alleen bleek dat voor Keniaanse begrippen toch best een bedrag. Dan moest er ineens gelegitimeerd worden en moest uitgelegd worden waar het geld vandaan kwam. Gelukkig zijn er daar ook nog “andere” kanalen om geld te wisselen en uiteindelijk kreeg de scootermeneer ook dat geregeld.
Dan weer terug naar maandag, want daar waren we gebleven in het verhaal. Toen werd het allemaal nog even wat interessanter. Er braken landelijke stakingen uit tegen de verhoogde brandstofprijzen. Maandag, dinsdag en deels woensdag was het op veel plekken onrustig. En dat is niet onrustig zoals bij ons, maar dan wordt er met stenen naar auto’s gegooid, auto’s in brand gestoken en met scherp geschoten. Tijdens deze stakingen zijn er zelfs 9 mensen om het leven gekomen hoorden wij later. De stakingen waren vooral tussen 07:00 en 23:00 uur, dus wij begonnen gewoon vóór 07:00 uur en stopten pas ná 23:00 uur. Zo konden we mooi om de stakingen heen werken. Mooie werktijden trouwens :). De eerste dag ging dit alleen net niet helemaal goed, waardoor we rond 07:30 uur de “snelweg” opreden met onze huurauto en geconfronteerd werden met stapels banden waar we omheen moesten manoeuvreren en een groep schreeuwende Kenianen. Maar goed, toen hadden we wel een half uur de snelweg voor onszelf :). We beseften ons op dat moment nog niet helemaal hoe gevaarlijk het was, denken we. De dagen erna zijn we toch wel iets eerder vertrokken om het te ontlopen. Dus toen in de vroege ochtend alweer genoeg meegemaakt, maar ja… we moesten die dag toch beginnen met de productie, daar waren we er immers voor. We begonnen vol goede moed met ongeveer 1,3 kuub macadamia shells. Eerst rustig drogen, temperatuur langzaam opvoeren… en dat leek allemaal perfect onder controle. Totdat het een “klein beetje” misging. Uit macadamia shells komt blijkbaar extreem veel gas en olie. Toen de ketels eenmaal begonnen te branden op het eigen geproduceerde gas, hadden we binnen een paar minuten het hele dorp, echt, uitgerookt met alle rook en gassen die vrijkwamen. Eén ding wisten we toen zeker: zo moest het niet. En om eerlijk te zijn, dit was ook wel even een paniekmomentje. Alle scenario’s schoten door ons hoofd en we zagen het hele project bijna in vlammen opgaan. Oh ja, tijdens dat moment stonden de gaspotten nog onder de overkapping, maar gelukkig was er één dappere Keniaan die de gasflessen daar nog weggehaald heeft. Anders had het wel eens anders kunnen aflopen. Dat was het puntje “gas”, maar zoals we al zeiden, komt er dus ook ontzettend veel olie uit de shells. De plek waar na die tijd geen olie zat moest nog ontdekt worden. Het zat echt overal, tot aan de binnenkant van het circa 5 meter hoge dak. Inmiddels is er een mooie olieafvoer gerealiseerd, wordt dit opgevangen en uiteindelijk verkocht. Per batch van circa 600 kg komt er toch ongeveer een kwart Keniaans maandsalaris aan olie uit namelijk. Achteraf kunnen we om dit alles wel lachen, maar we hebben een paar keer gehad dat het huilen ons náder stond dan het lachen.
De dagen daarna stonden vooral in het teken van het proces gecontroleerd krijgen. Dat kon natuurlijk niet alleen op gevoel. Veel avonden hebben we contact gehad met de fabrikant in China. Wat kon anders? Wat moest beter? Hoe konden we bepaalde dingen reguleren? En elke ochtend pasten we die tips dan weer opnieuw toe. En niet alleen met de Chinese fabrikant trouwens. Ook met onze maat Bart Botterblom. Bart is de man die eigenlijk alles weet. Leg je een waterzuivering aan? Bel Bart. Leg je een nieuwe asfaltweg aan? Bel Bart. Moet je motorblok gereviseerd worden? Bel Bart. En dus ook: wil je gecontroleerd produceren met twee nieuwe rotary kilns? Bel Bart. Zo hebben we Bart die week ook ongeveer 3 a 4 uur aan de telefoon gehad. En eerlijk is eerlijk, Bart was echt even goud waard die week. Op den duur hadden we het onder controle, maar toen deden we zo rustig aan, dat we alle eigen geproduceerde gas te vroeg lieten ontsnappen waardoor het proces te vroeg eindigde. Maar, toen wisten we wel dat dat ook kon en dat we er ergens tussenin moesten zitten. Toen geprobeerd het gas gecontroleerd af te fakkelen, zodat het geen gasontwikkeling meer was maar vuur, waardoor de rook ook afnam. Dat werkte, maar op een gegeven moment kregen we metershoge vlammen en dachten we echt even dat de overkapping vlam zou vatten. Dus: de brandblusser erbij voor de zekerheid. Maar wat schetste de verbazing: ze hadden een lege brandblusser gekocht. Gelukkig ging ook dit net goed. Uiteindelijk kwamen we erachter dat we de temperatuur veel rustiger moesten opbouwen. Dus telkens ongeveer tien graden omhoog, daarna stabiliseren, gas laten ontsnappen, opnieuw iets omhoog enzovoort. Vanaf dat moment kregen we het onder controle en bereikten we nagenoeg de gewenste kwaliteit.
Richting het eind van de week was de manier van werken voor ons duidelijk en hadden we het echt onder controle. Vervolgens hebben we uren gezeten met de voorman en een aantal anderen om alles kraakhelder uit te leggen. Er zijn onderhoudsschema’s gemaakt, werkinstructies gemaakt, afvinklijsten opgesteld, alle documentatie hangt op de juiste plek en alle benodigde veiligheidsmaterialen zijn aangeschaft en op de juiste plek gekomen, inclusief werkende brandblussers ;) Toen wij het daarna enigszins loslieten, pakten ze het zelf heel goed op. Alles werd strak gehandhaafd, alle regels en instructies werden nageleefd. Ze hadden tot dat moment gewoon vooral blind op ons gevaren, maar je zag dat zodra wij het loslieten, ze zelf de verantwoordelijkheid namen. Dit gaf ons uiteindelijk gelukkig het vertrouwen dat we het met een gerust hart konden achterlaten.
Natuurlijk hebben we vooral hard gewerkt om alles op te bouwen, maar ondertussen krijg je daar zoveel indrukken mee dat je soms ogen tekortkomt. Lokaal eten, deegballen, honderden kleine visjes op een bord, groentes die we nog nooit eerder hadden gezien, scooters met zes personen erop of met vijftien kratten achterop, vrachtwagens die er onmogelijk uitzien maar toch blijven rijden… je kijkt je ogen uit. Dat lokale eten hebben we trouwens ook gevoeld. We hebben allebei ongeveer 25 keer in twee dagen op de wc gezeten. Maar goed, dat noemen we dan maar risico van het kak (vak).
Op zaterdag, de dag voordat we terugvlogen, hebben we de Macadamia plantages van Kakuzi nog bezocht. Dit is de grootste macadamiaspeler van Kenia trouwens. We zijn daar door de plantages gereden en dat was echt een prachtig gezicht. Wel zo handig om de hele keten goed in beeld te hebben als je met dit product werkt. En alsof we nog niet genoeg avontuur hadden gehad, besloten we vanaf Kakuzi een binnendoor route terug te nemen naar de plant. Dat werd een route van ongeveer drie uur, grotendeels over zandpaden. We reden door dorpjes en langs stammen waar sommige mensen waarschijnlijk nog nooit een blanke hadden gezien. Overal werd gezwaaid, gelachen en gekeken. Echt mooi om mee te maken. Je hebt trouwens slechte wegen en slechte wegen, maar dit sloeg wel alles, soms met groeven tot 60cm diep vanwege de regenval. Maar gelukkig heeft Igor ervaring met het rijden in zulke landen en manoeuvreerde hij hier moeiteloos omheen. Op een gegeven moment stond er ineens een bord: “Watch out, hippo’s.” Toen zijn we toch maar even in de auto blijven zitten :). Het landschap veranderde steeds. Eerst zandwegen en kleine dorpjes, daarna ineens theevelden op 2000 meter hoogte alsof je ergens in Indonesië zit, en even later naaldbossen alsof je in de bergen van Oostenrijk rijdt. Echt ongekend. Je ziet dan echt pas hoe bizar veelzijdig dit land is.
En toen, alles goed afgesloten, alles duidelijk voor iedereen, de plant stond er super strak bij en de laatste dag hebben we proostend met elkaar afgesloten. Maar toen, we hadden nog een paar uurtjes over op zaterdagavond voordat we zondagochtend weer terugvlogen. Eindelijk nog even tijd voor een beetje ontspanning. We gingen naar een rooftopbar waar we in januari ook al waren geweest. Top tent trouwens. Even normaal eten, even zitten, even terugkijken op echt een bizarre week en vooral even beseffen wat we daar met elkaar hadden neergezet. Maar op de terugweg van het restaurant vond Kenia blijkbaar dat we nog niet genoeg avontuur hadden gehad. Rond half één ’s nachts werden we aangehouden door drie zogenaamde agenten met AK-47’s. Het leek materiaal van AliExpress, maar helemaal zeker weten doen we het niet, na het showen van het gevulde magazijn, zongen we toch een toontje lager. We werden aangehouden omdat Igor een sigaar aan het roken was op straat. Dat mocht blijkbaar niet. Boete: 350 dollar of een half jaar gevangenis. Binnen twee minuten zaten we ineens in een complete corrupte nep-arrestatie. Igor kreeg handboeien om die zo strak zaten dat hij dagen later nog striemen had en het gevoel in z’n duim nu nog steeds kwijt is. Het werd wat duwen en trekken en de sfeer werd behoorlijk grimmig. We probeerden de boel rustig te houden en uiteindelijk hebben we na flink onderhandelen betaald, waarna de handboeien weer afgingen, dit was 215 dollar trouwens. Koopje denk ik, anders hadden we nu wellicht nog bij de beste man in z’n tuinhuis vastgezeten. Later hebben echte agenten nog meegezocht naar die gasten, maar die waren uiteraard allang verdwenen.
En dan vlieg je zondagochtend weer terug naar Nederland en kun je eigenlijk niet beseffen wat er in één week allemaal is gebeurd. Echt ongekend wat we daar met elkaar hebben neergezet. Twee kilns op locatie, de installatie opgebouwd, de eerste productieruns gedraaid, het proces onder controle gekregen, instructies gemaakt, de mensen getraind en aan het eind van de week gewoon het gewenste resultaat behaald. Het was best zwaar, al gebruiken we dat woord liever niet, want ons werk is gewoon super vet. Soms ietwat gevaarlijk, vaak hilarisch en af en toe niet te bevatten. Maar vooral: het was een avontuur dat we nooit meer gaan vergeten. Af en toe hebben we misschien een engeltje op onze schouder gehad, maar geluk dwing je ook af zeggen ze toch? En eerlijk? Ondanks alles zijn we vooral trots. Trots op wat er staat. Trots op de mensen daar. Gewoon trots op alles. En trots dat we dit gewoon hebben geflikt.
Wat wordt onze volgende locatie? Costa Rica, Thailand, of toch Guyana? :)