De Bucheliuspers

De Bucheliuspers De Bucheliuspers is de Utrechtse margedrukkerij van Arjaan van Nimwegen. Meer informatie op www.bucheliuspers.nl. Eickhoff te Kopenhagen.

Naam
De Bucheliuspers dankt zijn naam aan de Utrechtse jurist Arnoldus Buchelius (1565-1641), die als Advocaat van den Hove van Utrecht vele jaren lang een Journaal van de stad bijhield. Over zijn leven en vooral zijn religieuze gezwalk van Rooms via Remonstrants naar streng Calvinistisch, schreef Judith Pollman de studie Religious choice in the Dutch Republic: The reformation of Arnoldus Bucheliu

s (Manchester, 1999), vertaald als Een andere weg naar God: De reformatie van Arnoldus Buchelius (Amsterdam, 2000). Buchelius' relevantie voor de naar hem vernoemde pers ligt meer in het feit dat zijn imposante bibliotheek na zijn dood geveild werd (de gedrukte veilingcatalogus, een van de allereerste, is bewaard gebleven) en vooral dat dat gebeurde in zijn woonhuis aan de Oude Kamp, waar ook de Bucheliuspers haar bestaan begon. Drukpers
Na een dertienjarige ballingschap midden in het meest knusse rosse buurtje van de EU, keerde de Bucheliuspers in maart 2002 terug naar haar geboortehuis. Sinds 1989 beschikt zij over de Eickhoff proefpers type 1BS, nummer 11484, gewicht 420 kilo, vermoedelijk ergens in de jaren vijftig vervaardigd door J.G.A. De pers heeft een vaste cilinder en een bewegend fundament. Het drukformaat is 42½ bij 64 centimeter. Omdat het inktwerk (twee metalen en drie rubberen rollen) ontzet is, gebeurt het inkten met de hand, ofwel met een van de rollen van het inktwerk, ofwel, bij kleine drukvormen, met een handroller. Een vaste inkthoogte wordt bereikt door de rol over twee koperen lijnen te laten lopen. Overigens scheelt deze wat primitieve methode een hoop schoonmaakwerk: in plaats van vijf rollen hoeft er maar één gewassen te worden. Zetterij
In de drukkerij staan drie letterbokken, tot de nok gevuld met lood. Het lettermateriaal omvat de volgende typen:

Annonce, corps 28
Bembo, corps 14 en 18
Bembo cursief, corps 14 en 18
Cheops vet, corps 72
Carlton, corps 16
Egmont Open Kapitaal, corps 24, 36 en 48
Folio grotesk mager, corps 12
Garamont mager, corps 12
Hidalgo, corps 16, 20, 24en 28
Hollandsche Mediaeval cursief, corps 16
Hollandsche Mediaeval halfvet, corps 12, 16 en 20
Hollandsche Mediaeval smalvet, corps 20
Hollandsche Mediaeval mager, corps 16
Kaart antiek mager, corps 12 en 24
Kaart antiek vet, corps 12
Lutetia, corps 8, 10, 12, 14, 16, 20, 24, 36 en van corps 48 alleen de kapitalen
Mimosa, corps 4, 5, 6, 10
‘Roomse’ fantasiekapitalen (twee kleuren)
Nobel Open Kapitaal, corps 60
Romana, corps 28
Van Krimpen initialen, corps 24
Visite, corps 10
Onbekend smal cursiefje, corps 6
Onbekende gearceerde gothische letter, corps 12

Voorts:

Zeven kasten met diverse soorten houten biljetletters
Een kast met ijzeren boekbindersletters
Twee kasten met houten Amsterdamse School-ornamenten en randen
Een kast koperen lijnen
Een kast gegoten ornamenten
Ongeveer 100 zinken clichés van (zeer) uiteenlopende aard

Heldendichter/dichterheldHet moest ervan komen. Al een paar jaar brengt De Bucheliuspers kleine vertaalde verzencollecti...
24/05/2025

Heldendichter/dichterheld

Het moest ervan komen. Al een paar jaar brengt De Bucheliuspers kleine vertaalde verzencollecties uit van Hongaarse dichters die iedereen zou moeten kennen maar niet kent. De oplagen zijn zo klein dat er geen sprake is van ruimtegebrek in haar magazijnen vanwege de onverkochte exemplaren, maar ze had wel gerekend op iets meer belangstelling voor de grote poëzie uit een cultuur die in zoverre met de onze verwant is dat ook zij buiten haar landsgrenzen slechts een Wikipediabestaan leidt.
Dankzij Uitgeverij Van Oorschot (en De Bucheliuspers) is Miklós Radnóti geen echte onbekende meer in Nederland. Dat valt mogelijk ook te verwachten van Attila József – een bloemlezing van zijn werk is in voorbereiding. Maar een naam die meer kans maakt op herkenning is die van Sándor Petőfi (1823-1849), de grote romantische dichter, evenknie van Byron en Shelley, nationale held en onstuimig symbool van het Hongaarse vrijheidsverlangen. Hij stierf op het slagveld, 26 jaar oud, maar had in de paar jaren van zijn dichterschap al een omvangrijk oeuvre bij elkaar geschreven, aanvankelijk in wat men een ongekunstelde stijl noemde. Later werk, met een sterk nationalistische inslag, is niet vrij van bombast, maar zijn reputatie berust voor een groot deel daarop. Er is geen Hongaarse stad zonder straatnamen, standbeelden en plaquettes die naar de grote vaderlander verwijzen.
In 1846, op het snijvlak van die twee perioden in zijn dichtersleven, schreef hij de bundel Felhők, nu door het vaste Hongaars-Nederlandse koppel Orsi en Arjaan vertaald als Wolken. Zesenzestig korte, simpele gedichten, soms niet meer dan aforismen, over liefde, vriendschap, dood, vergankelijkheid en de bitterheid van dat alles, in een vrije vorm, die na anderhalve eeuw nog even nieuw is, al wortelen de thema’s en gevoelens diep in de Europese romantiek. Heine bewonderde de gedichten. Nietzsche zette er een paar op muziek.
Deze bescheiden bundel is niet representatief voor het werk waarop zijn populariteit berust, maar de lichte, soms ironische weemoed spreekt ons meer aan dan de bravoure van de strijder voor zijn land. Szabadság, szerelem! (Vrijheid, liefde!) was zijn motto, en met dit boekje wilden wij hem voor beide eer bewijzen. Het leek passend om de vormgeving te inspireren op negentiende-eeuwse voorbeelden: klassiek zonder te overdrijven, in melancholieke mosgroene tinten, in halflinnen gebonden, de platten bekleed met zwaarmoedig (fraai en kostbaar) handgemarmerd papier.

Sándor Petőfi: Wolken / vertaald door Arjaan van Nimwegen en Orsolya Réthelyi, 2025, 30 exx., 80 pag., 21½ x 12 ½ cm, gebonden, € 35,-

Verdwenen dichterDiep in de stoffige archieven van De Bucheliuspers rusten onuitgegeven teksten, onbruikbare snippers en...
12/09/2024

Verdwenen dichter

Diep in de stoffige archieven van De Bucheliuspers rusten onuitgegeven teksten, onbruikbare snippers en correspondenties, soms van niet eens puur zakelijke aard. Zoals die tussen twee van de fondsauteurs, Barbara Wenzel en F.M. Philippi, die elkaar in 1985 vonden via de koninklijke weg der poëzie.
Wenzel (1923) was een kwart eeuw ouder dan Philippi en ze hebben elkaar nooit ontmoet. Behalve lees- en levenservaringen wisselden ze bespiegelingen uit over de verglijdende tijd en de waarde van herinneringen. En toen gingen ze dichten, want dichter waren ze allebei.
Aanvankelijk waren het sonnetten, naar aanleiding van nostalgische klassefoto’s, klassiek van vorm, zo klassiek zelfs dat Philippi het in zijn verwatenheid soms niet kon laten metrische correcties aan te brengen in Wenzels verzen, door haar terecht aangeduid als 'Pennewips versie'. Later kwamen er van de kant van Barbara – die haar brieven vaak ondertekende met Bar-bar, of Barbarbarbar – vrijere gedichten, en doken ze steeds dieper in de achtergrond van die foto’s.
Na 2003 stopte de reeks en de correspondentie. De reden ervan heeft uw pers niet kunnen achterhalen. Ook niet nadat twintig jaar later de teksten, op al even klassieke Olivetti’s uitgetikt, opdoken en het duidelijk was dat er een uitgave moest komen. Barbara was verdwenen. Naspeuringen bij familie of relaties leverden weinig meer op dan inzendingen voor poëziecompetities en nauwelijks iets over haar persoonlijk leven. Philippi is Barbara kwijtgeraakt.
De Bucheliuspers zou nog steeds niets liever willen dan in overleg met de auteurs een uitgave maken van die tweeëntwintig gedichten. Als een rechthebbende zich meldt, dan is daar wel een regeling voor te treffen. Toch heeft De Bucheliuspers gemeend de gedichten in een boekje vast te moeten leggen. Anders zijn ze weg, net zo verdwenen als Barbara. Philippi gaf toestemming. Barbara’s gedichten zijn volledig naar haar typoscript opgenomen. Pennewips versie is achterwege gebleven.
Hoewel Barbara Wenzel, ook volgens Pennewip Philippi, sterkere poëzie heeft geschreven – het schrijnende Dementia senilis verdient zeker een uitgave – leek deze neerslag van een poëtische vriendschap een waardig eerbetoon aan een bescheiden maar bezielde dichter in de marge.

F. M. Philippi / Barbara Wenzel: BarBar / naar aanleiding van een klassefoto, 2024, 25 exx., 32 pag., 22 x 13 cm, gebonden, € 15,-.

HOMMAGE AAN wUmWillem Muilenburg, artiestennaam wUm, is niet een van de grote namen in de (typo)grafische wereld, maar d...
22/04/2024

HOMMAGE AAN wUm

Willem Muilenburg, artiestennaam wUm, is niet een van de grote namen in de (typo)grafische wereld, maar dat kan liggen aan het feit dat veel van zijn werk fragmentarisch en onvoltooid is gebleven, en ook zijn weinig intensieve contact met kunstkringen heeft er niet aan meegewerkt. Maar hij heeft mooie en unieke prenten gemaakt, en daar komt niets meer bij want hij is in februari 2024 overleden, bijna tachtig jaar oud.
Hij was drukker, maar zijn meest persoonlijke werk maakte hij in sjabloontechniek, met toevoeging van hoogdrukelementen. Hendrik Werkman was zijn voorbeeld en richtlijn; kleurig, expressief en op de grens van typografie en grafiek.
De Bucheliuspers heeft zijn ontwikkeling gevolgd, mogelijkheden besproken, en op het laatst, toen hij daar zelf niet meer toe in staat was, bijgedragen aan de voorbereiding van nieuwe projecten. Daar is niets meer van terechtgekomen.
Daarom – en omdat Willem een vriend was – moest er een klein eerbewijs komen aan deze kunstenaar (want zo noemde hij zichzelf op zijn meest bevlogen momenten) die nooit volledig is uitgevlogen.
In 2021 wilde hij nog een prent maken, Lenteprent. Hij gaf een volledige beschrijving en leverde de tekst. ‘Zie je ‘t voor je?’ schreef hij. ‘Dan hoeft ’t eigenlijk niet meer gemaakt te worden.’
Dat vond De Bucheliuspers ook. Conceptual art.
Maar een kleine hommage is wel op z’n plaats. Met sjablonen, inktrollers en letterlood werkt de pers niet meer, en dus werd het een eenvoudig geprint boekje over de achtergrond van zijn laatste project, waarin getracht is de geest van het werk, van de lente, en van wUm te vangen. Voor familie en vrienden. Enkele van de dertig exemplaren zijn voor een bescheiden bedrag te koop (wij hebben ook onze kosten).

(Muilenburg, Willem & Arjaan van Nimwegen): Dit is niet gedrukt / naar aanleiding van wUms Lenteprent, 2024, 30 exx., 16 pag., 18½ x 14½ cm, genaaid in omslag, € 10,-.

Steunt de HongarenDe Bucheliuspers en haar voorgangers hebben in de loop van hun vijftigjarig bestaan een aantal special...
17/03/2024

Steunt de Hongaren

De Bucheliuspers en haar voorgangers hebben in de loop van hun vijftigjarig bestaan een aantal specialismen gekend (ultrajectiana, bibliokleptomanie, katten, onzin) en een kleine schare van fondsauteurs verzameld, onder wie Arie Niemeijer, Hans van Straten, Wouter Noordewier en Erich Wichman. Sinds een paar jaar is er een ander interesseveld bijgekomen: de Hongaarse moderne klassieken. De hernieuwde belangstelling van De Bucheliuspers voor haar moederland leidde eerder tot uitgaven van vertaald werk van Miklós Radnóti, en nu verschijnt er een kleine uitgave van zijn tijdgenoot Attila József (1905-1937). Minstens net zo’n titaan als Radnóti, veelzijdig en vernieuwend, een onmogelijk mens met een gruwelijke jeugd achter zich, en die zich tenslotte, na vele therapieën, gierend gek voor de trein stortte. En ons in die paar jaren van zijn dichterschap verrijkt heeft met een uitzonderlijk oeuvre van hartverscheurende, lieflijke, wraakzuchtige en absurdistische verzen. Die verzen zijn uw uitgever en zijn vaste vertaalpartner Orsolya Réthelyi nu aan het ontsluiten voor de Nederlandse lezer.
Natuurlijk komt er, net als van Radnóti, een uitgebreide bloemlezing bij een gerenommeerde uitgeverij (al weet die dat nog niet), maar als voorproefje brengt De Bucheliuspers met trots ‘Eszmélet / Inzicht’, een kerngedicht in Józsefs werk, een ketting van vormvaste strofen, waarin hij zijn eigen ziel en intellect analyseert en zijn verhouding tot de werkelijkheid bepaalt. Interpretatie is soms moeilijk, maar altijd fascinerend.
En dat in slechts dertig exemplaren, tweetalig, stuk voor stuk gebonden in een handgemarmerde band, somber maar kleurrijk, net als de dichter zelf.
Na József zullen vanzelfsprekend al die andere grootheden volgen, mannen en vrouwen die de canon van de Hongaarse poëzie hebben gevormd, niet in de laatste plaats Sándor Petőfi, de negentiende-eeuwse romantische dichter en held, van wie elke Hongaar, ultranationalist of niet, spontaan minstens een paar versregels kan citeren.
We moeten de Hongaren erbij houden. In elk geval de dichters.

Attila József: Eszmélet / Inzicht / vertaald door Arjaan van Nimwegen en Orsolya Réthelyi, 2024, 30 exx., 36 pag., 22 x 12 cm, gebonden, € 20,-

ZICHTBARE STEDENDe oude Buchelius, verstoken van zijn pers, rommelde wat in zijn archieven op zoek naar iets reproduceer...
27/12/2023

ZICHTBARE STEDEN

De oude Buchelius, verstoken van zijn pers, rommelde wat in zijn archieven op zoek naar iets reproduceerbaars in tekst of beeld, en trof daar een aantal pentekeningen aan die geen ander doel hadden dan getekend te worden. Architectonische prenten, reflecties van dromen en fantasieën en geenszins bedoeld om ooit in drie dimensies uit te worden gevoerd, tenzij in het surrealistische pretpark Buchell World.
Tweeëntwintig impressies van wat een stad behoort te zijn: een omslotenheid, een veilige plek om te wonen en te dromen. Wat daarbinnen gebeurt onttrekt zich aan de banale, platte buitenwereld. Wat het begrip ‘stad’ ook allemaal symboliseert, voor Buchelius is een stad(je) een refugium, een plek om je terug te trekken, en bij voorkeur omgeven door wallen en grachten. Niemand mag er onuitgenodigd in. Het Duitse Zaun betekent omheining, onze tuin is een omsloten ruimte en de town is wat elke stad zou moeten zijn: omheind, een plek om te zijn, een stadje.
Dat idee komt misschien niet helemaal overeen met wat door hedendaagse sociologen, urbanologen en stadsontwikkelaars wordt verkondigd maar we hebben hier dan ook te maken met een hoogst individuele opvatting, die sinds de late Middeleeuwen niet erg in trek is. Mondain, kosmopolitisch en inclusief is die zienswijze bepaald niet, in tegendeel: ze sluit mensen buiten en komt bedenkelijk dicht bij het idee van een gesloten gemeenschap. Ter geruststelling: de tekenaar is hooguit een papieren fascist, die graag wegdroomt bij voorstellingen van een autoritaire gemeenschap naar en van zijn hand, zonder vermoeiende democratische inspraak – want hij woont daar alleen, veilig binnen muren en singelgrachten, een kleine koning leeuw in zijn persoonlijke Hollandsche Tuin.
Was het niet Italo Calvino (jazeker) die schreef dat je van een stad houdt omdat ze aan jouw speciale behoeften voldoet? En al waren Calvino’s steden onzichtbaar, hij leverde het motto van dit boekje, dat ze zichtbaar maakt.
De zwart-wit lijntekeningen werden in een uiterst kleine oplage gereproduceerd en gebonden door De Bucheliuspers, als vervolg op het inmiddels uitverkochte Stedenalfabet, die andere ode aan de Wereld van de Stad. Urbi et orbi.

Arjaan van Nimwegen: Stadjes, 2023. 20 exx., 36 pag., 21 x 14 ½ cm, gebonden, € 15,-.

Hongaars getijdenboekDe Bucheliuspers, althans haar uitbater, vertaalt wel eens wat. Toen hij een jaar of drie geleden k...
15/04/2023

Hongaars getijdenboek

De Bucheliuspers, althans haar uitbater, vertaalt wel eens wat. Toen hij een jaar of drie geleden kennis maakte met Orsolya Réthelyi, met in haar lieftallig voetspoor de hele Hongaarse poëzie, herinnerde hij zich zijn half-Hongaarse afkomst. Samen vertaalden en bezorgden zij in een spannend Intereuropees kaatsspel Miklós Radnóti’s schrijnende 'Schriftje uit Bor', en dit jaar verschijnt (ook bij Van Oorschot) een ruime bloemlezing uit Radnóti’s poëzie, 'Nachthemel, waak'. Waarin opgenomen een van de laatste uitgaven van De Bucheliuspers, 'Lied van de zwarte die naar de stad ging'.
Veel vertaalde gedichten hebben wij met pijn in het hart om verschillende redenen niet opgenomen. Zoals de cyclus 'Naptár' (Kalender) die De Bucheliuspers dan maar zelf tweetalig heeft uitgegeven. De twaalf almanak-gedichten zijn de laatste die Radnóti zelf nog gedrukt heeft gezien, in een afzonderlijk uitgeversgeschenkje uit 1942.
Radnóti heeft veel natuurlyriek geschreven, soms met een sombere ondertoon, maar in deze niet geëngageerde versjes toont hij zich van zijn luchtigste kant – al zijn engelen en dood, zijn vaste metgezellen, ook hier nooit helemaal afwezig.

’s Nachts valt de sneeuw, een engel
die ritselt in het donker.
Dan nadert ongenood
door diepe sneeuw de dood.

Zo luidt het slot van het December-gedicht, want elke maand heeft zijn gedicht gekregen.
Hoewel vrome verwijzingen ontbreken heeft boekje veel weg van een getijdenboek, en De Bucheliuspers heeft dat in de vormgeving willen benadrukken, nu na haar afscheid van de boekdrukpers de bonte digitale wereld zich voor haar geopend heeft. Bij elke maand is een veelkleurige miniatuur opgenomen uit een 15de-eeuws handschrift en middeleeuwse vogeltjes fladderen af en aan.

Radnóti, Miklós: Naptár/Kalender / vertaald door Arjaan van Nimwegen en Orsolya Réthelyi, 2023, 30 exx., 36 pag., 20 x 12 ½ cm, gebonden, € 25,-.

Een dag van gemengde gevoelens voor De Bucheliuspers. Na ruim veertig jaar heeft zij om diverse redenen (waarvan geen en...
30/09/2022

Een dag van gemengde gevoelens voor De Bucheliuspers. Na ruim veertig jaar heeft zij om diverse redenen (waarvan geen enkele dramatisch) besloten de drukkerij/zetterij over te dragen aan een opvolger. Dat werd Roeland van der Kley van Atelier Mauritsfort in Hoek, Zeeuws-Vlaanderen. Op 29 oktober 2022 verliet de eerste lading lood en oud ijzer de werkplaats, die kaal en stoffig achterblijft. Al blijft De Bucheliuspers wel degelijk actief.

Minder mistroostig is de registratie van de operatie, te zien op atelierroelandvanderkley.nl. Het filmpje heet ‘De gelukkigste mens’, waaruit we opmaken dat de ontvanger in zijn nopjes is met mijn oude spulletjes. Ik heb het vaste vertrouwen in Roeland, die dezelfde opvattingen heeft over het drukkersvak als ik: het moet vooral aangenaam zijn.
Take good care of my baby, Roeland.

Gesprek in de hemelOp 30 juli 2020 overleed de schrijver J.M.A. Biesheuvel, Maarten voor intimi. Leo Vroman was een inti...
01/10/2020

Gesprek in de hemel

Op 30 juli 2020 overleed de schrijver J.M.A. Biesheuvel, Maarten voor intimi. Leo Vroman was een intimus, en hij overleed op 22 februari 2014. Het bericht maakte indruk op Biesheuvel, en twee dagen later schreef hij een brief aan zijn collega en vriend van wie hij vreesde dat hij in de hemel was, want erg aantrekkelijk komt dat oord hem niet voor. Hij wenst hem dan ook nadrukkelijk RUST, in een graf of urn op de schoorsteen – in ieder geval ergens binnen Vromans Systeem. Hij kan nog hebben geweten dat Leo’s as, samen met die van Tineke, in 2018 ten dele verstrooid is in de Utrechtse Maliesingel, ter hoogte van de plek waar nu een klein monument de herinnering levend houdt aan de eerste kus van dat ene onverbrekelijke liefdespaar. Tineke wordt getroost in Maartens brief, en natuurlijk roept hij ook Eva aan, de partner in zijn eigen legendarische verbintenis, die hem helaas te vroeg ontviel. De brief werd gepubliceerd in het Hollands Maandblad, en De Bucheliuspers maakte er nu een klein boekje van, met als frontispice het stoeltje waarop Biesheuvel zichzelf voorstelt in de hemel, naakt, in het duister, pratend met Leo. Een kleine hommage aan twee bijzondere schrijvers.

Biesheuvel, Maarten: Lieve Leo, 2020, 50 exx., 12 pag., 18 x 11 cm, gebonden, € 15,-.

De kater van Bob den UylIronie is in onbruik geraakt. Het weldadige gebied ergens halverwege de menslievende ernst en de...
07/07/2020

De kater van Bob den Uyl

Ironie is in onbruik geraakt. Het weldadige gebied ergens halverwege de menslievende ernst en de botte grap lijkt onveilig terrein geworden. Alleen bij dode schrijvers treft men nog de tongue in de cheek aan. Het zij zo. Aan Bob den Uyl heeft het niet gelegen.
In zijn betrekkelijk korte leven (1930-1992) heeft hij met zijn verhalen een klein maar trouw lezerspubliek verworven dat zijn relativerende mistroostigheid naar waarde wist te schatten, en mogelijk iets herkende van de levensangst die daaronder school. Den Uyl stond niet vrolijk in de wereld, die voor hem een oord van verontrustende en bedreigende zaken was, waarin hij de weg niet wist te vinden. Korte, absurdistische beschouwingen en reisverhalen van een eenzame buitenstaander met twee linkerhanden en altijd weer een lekke band vormen de neerslag daarvan.
In het begin van zijn schrijversloopbaan, nog vóór de publicatie van zijn debuutbundel 'Vogels kijken' (1963), heeft hij een poging gewaagd tot een roman, vermoedelijk op aandringen van zijn uitgever. Het viel hem niet mee, het schrijven van de regenachtige geschiedenis van Johan Martins, die een slordig leven zonder veel ambitie leidt. Halverwege het geploeter noteert Den Uyl in zijn dagboek: DAT BOEK, VERDOMME. Het boek kwam er wel, 'Ieder draagt zijn steentje bij', maar het is nooit uitgegeven. Het lijkt onwaarschijnlijk dat hijzelf niet heeft gezien dat hij geen schrijver van de lange adem was, al heeft hij twintig jaar na dato, in 1983, nog een vergeefse poging gedaan het te publiceren.
Nico Keuning, biograaf van Den Uyl ('Een zeker onbehagen', 2008) vond dat toch zonde. Nee, het is geen meesterwerk, maar in de details is de latere, eeuwig zeurende Den Uyl al aanwezig, en al mist het boek de volstrekt eigen humor van de verhalen, we herkennen deze tobbende loser wel degelijk, zoals in het fragment dat Keuning koos en inleidde, het verslag van een kater, dat De Bucheliuspers nu in een afzonderlijke uitgave heeft gedrukt. Het zal lezers van Den Uyl niet verbazen dat 'Een trouwe vriend' diens metafoor is voor koning Alcohol. De Bucheliuspers heeft het boekje dan ook gedecoreerd met jeneverglaasjes in diverse combinaties. Al gaf Bob de voorkeur aan whisky – en aan in de ongenade gevallen ironie.

Uyl, Bob den: Een trouwe vriend, 2020, 35 exx., 32 pag., 23 x 16 ½ cm, gebonden, € 35,-.

Adres

Oudekamp 14
Utrecht

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer De Bucheliuspers nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen